home
nieuws
stichting
programma
  - data en tijden
  - schrijvers
  - reserveren
  - fotogalerij
contact
links

 

 

Schrijvers

Aaf Brandt Corstius

Aaf Brandt Corstius (Haarlem, 1975) is een Nederlandse columniste, vertaalster, schrijfster, publiciste en redactrice. Als lezer kennen we haar vooral van haar columns, vanaf 2006 in nrc.next en vanaf 2010 in de Volkskrant.

Aaf Brandt Corstius, is een telg uit het geslacht Corstius, dochter van schrijver Hugo Brandt Corstius en de zus van correspondent Jelle Brandt Corstius. Na haar gymnasiumdiploma studeerde ze vertaalwetenschap aan de Universiteit van Amsterdam (UvA). Tijdens haar studie vulde ze de column ABC en een eetrubriek in Folia, het weekblad van de UvA. Ze werkte als redacteur bij diverse uitgeverijen. Brandt Corstius vertaalde boeken uit het Engels, schreef twee restaurantgidsen en is actief voor onder andere Elegance, Elle, Cosmopolitan en Glamour.
In november 2006 verscheen haar debuut Het jaar dat ik dertig werd, een bundeling van columns die vooral verhalen over haar aan/uit-relatie met 'Meneertje Knipperlicht' in New York. Dat meneertje bleek Arnon Grunberg te zijn. Op haar beurt figureert Aaf in Grunbergs werk als 'Aap', een lichte, weinig complimenteuze, verbastering van haar voornaam.

Sinds 2006 verschijnen er met regelmaat bundelingen van Corstius’ columns, waaronder Het jaar dat ik (2x) moeder werd (2012), Eindelijk 40 (2017) en meest recent Trouwboekje (2018). Deze handelt, zoals de titel al doet vermoeden, over haar voorbereiding op het huwelijk. "Hartveroverend onhandig en met veel gevoel voor drama en zelfspot”, aldus de recensie in NRC Handelsblad. Tussendoor schreef ze nog een toneelstuk onder de titel Fiftyfifty (2013).

In haar column van 30 mei 2019 in de Volkskrant liet ze haar lezers weten er voor drie maanden tussenuit te gaan. "Ik ga een solovoorstelling maken in Theater Bellevue in Amsterdam, een try-out, en die heet Welkom bij mijn zielige jeugd. De titel dekt de lading. Daarna schrijf ik een toneelstuk, Margreet heeft de groep verlaten." De eerste is inmiddels opgevoerd in Theater Bellevue, de tweede volgt in februari 2020 in hetzelfde theater. Op 2 september 2019 kopt de Volkskrant: "Aaf is terug!"


Jeroen Windmeijer

Onze laatste gast van het seizoen ontvangen wij volgens traditie in samenwerking met de Protestantse Kerk Sneek.
Jeroen Windmeijer de 'Nederlandse Dan Brown' noemen, zou flauw en afgezaagd zijn. Dus dat doen we niet. Feit is wel dat antropoloog Jeroen Frederik Antonius Maria Windmeijer (Delft, 1969) een ongekend Nederlands oeuvre opbouwt van religieuze literaire thrillers.

Windmeijer studeerde hij Culturele Antropologie en Sociologie der Niet-Westerse Samenlevingen aan de Universiteit Leiden. Hij bracht veertien maanden door in het stadje Otavalo, gelegen in de hooglanden van Ecuador. Dit resulteerde in het proefschrift De vallei van de rijzende zon: een studie naar de voorbeeldige Indianen uit Otavalo, Ecuador. In 2004 verscheen dit in een gepopulariseerde editie onder de titel Poncho’s, panfluiten en paardenstaarten.

Windmeijer debuteerde in 2015 met de literaire thriller De bekentenissen van Petrus. Volgens de overlevering zou de apostel Petrus in Rome zijn gestorven, maar daar is geen enkel historisch bewijs voor. Windmeijer sluit aan op een andere traditie die stelt dat Jezus’ belangrijkste leerling – de beschermheilige van de ‘sleutelstad’ Leiden - naar Engeland zou zijn vertrokken. Centraal in het boek staat een briefwisseling tussen Judas en Petrus, die een geheel nieuw licht werpt op de laatste uren van Jezus en op de oorsprong van het christendom.
Hierna werkt Windmeijer verder aan zijn 'Leidse Trilogie', met Het Pauluslabyrint (2017), in 2018 gevolgd door Het Pilgrim Fathers Complot. Hoofdpersoon in elk der boeken is de archeoloog Peter de Haan, verbonden aan de Universiteit Leiden.

De Offers (2019) is het eerste deel van de Latijns-Amerika Trilogie. Het verhaal speelt op de Boliviaanse Altiplano. In een kleine indiaanse gemeenschap aan de oevers van het Titicacameer wordt een dood jongetje gevonden. Het lijkt op rituele wijze om het leven te zijn gebracht. Deel twee en drie van deze cyclus, De Bezoekers (spelend in Peru) en De Vloed (in Guatemala) worden in 2020 en 2021 verwacht.



Johan Fretz *exacte datum en locatie volgen*

Johan Fretz (Dordrecht, 1985) is niet in één hokje te vangen. Hij is schrijver, verteller, theatermaker, 'politicus', columnist van Het Parool en de helft van het muzikaal cabaret-duo 'De Gebroeders Fretz' (samen met Marcel Harteveld). En hij heeft gemengd (deels Surinaams) bloed.

Fretz en Harteveld raken bevriend op de Amsterdamse Toneelschool & Kleinkunstacademie. Ze besluiten een cabaretduo te worden, en besteden de laatste twee jaar van hun opleiding volledig aan het schrijven van nummers en conferences. Samen maken ze hun afstudeervoorstelling Onderweg, over een generatie die massaal gaat backpacken op zoek naar innerlijke revolutie. De show is een mix van pop, cabaret, stand-up comedy en rock.

In 2010 maakt Fretz veel indruk tijdens een manifestatie tegen de culturele kaalslag op het Malieveld, waar hij een krachtige toespraak houdt voor duizenden aanwezigen. Niet veel later debuteert hij met het vlammende pamflet Hart voor kunst. In 2012 volgt de roman Fretz 2025, die genomineerd werd voor de Bronzen Uil. Fretz 2025 gaat over een jonge idealist die in 2025 een gooi naar het premierschap doet. Het boek vormt de basis voor de cabaretshow Revolte!, samen met Marcel Harteveld, waarin zij alles op alles zetten om van Johan Fretz de eerste gekleurde Minister-President van Nederland te maken.

Bij een breder publiek verwerft Johan Fretz waardering en bekendheid met zijn boek Onder de paramariboom (2018). Begin 2015 kreeg Fretz een uitnodiging om in Paramaribo als gastspreker op te treden. Dat zou gebeuren tijdens een jongerenbijeenkomst in de aanloop naar de parlementsverkiezingen. Eindelijk zou hij het geboorteland van zijn moeder bezoeken. Onder de paramariboom is behalve een ontwapenende en geestige roadtrip, een ontroerend verhaal over een moeder en een zoon, identiteit en hoop. Met de roman wint hij de Boekhandelsprijs 2019. Fretz toerde vervolgens door het land met de solo-voorstelling De zachtmoedige radicaal, die gebaseerd is op Onder de paramariboom en waarmee hij genomineerd werd voor de cabaretprijs Neerlands Hoop. Hoe kun je zachtmoedig blijven in een harde tijd?

In het seizoen 2019/2020 trekt Johan Fretz met zijn tweede solovoorstelling door het land: Toriman - This Ain't Cabaret But I Like It. Ook hierin presenteert hij weer een unieke mengeling van muziek, vertelling en humor, met maatschappelijk en politiek engagement.


Marieke Lucas Rijneveld

"Dit is hét literaire talent van Nederland", kopte de Volkrant in december 2015 boven een interview met Marieke (Lucas) Rijneveld (Nieuwendijk, 1991). Rijneveld had toen nog slechts één publicatie op haar naam staan: de dichtbundel Kalfsvlies (2015). Met dit debuut werd wel direct de C. Buddingh'-prijs 2016 voor het beste poëziedebuut van het jaar in de wacht gesleept. Met haar gedreven voordracht maakte ze ook veel indruk op literaire podia als Crossing Border, De Jonge Schrijversavond en de Nacht van de Poëzie. Haar gedichten en verhalen verschijnen in een groot aantal literaire tijdschriften, waaronder Hollands Maandblad, VPRO Gids en De Revisor.

In 2018 verscheen de veelgepezen roman De avond is ongemak, die in de loop van het jaar een bestseller werd. Het is inderdaad een ongemakkelijk verhaal over een meisje in een streng gelovig boerengezin, waar de oudste zoon niet meer terugkeert van een schaatstocht.

Hoewel Marieke Rijneveld zelf opgroeit op een boerderij in een gereformeerd gezin, waar een broer op jonge leeftijd verongelukt, wil ze haar debuutroman niet autobiografisch noemen. Zelf zegt ze daarover: "Het is meer dan dat. Ik wil een kunstwerk neerzetten. Veel dingen in het boek zijn gekunsteld. Er zijn dingen mooier en lelijker gemaakt. Het boek gaat voornamelijk over seksualiteit, de zoektocht daarin, over verlies en weer vinden." Dit doet ze in gevoelig proza, rijk aan associaties en metaforen. In juli 2019 ontving Rijneveld de ANV Debutantenprijs voor De avond is ongemak.

Ook haar tweede dichtbundel Fantoommerrie (2019) ontketent Rijneveld een beeldenstorm aan ideeën, metaforen en onverwachte associaties. ”Mijn gedichten zijn stapelwolken”, zegt ze daar zelf over.

De tussennaam Lucas neemt Rijneveld aan op 19-jarige leeftijd: "Ik voel me zowel jongen als meisje, een tussenmens." In 2018 was Rijneveld 'tafelmens' bij De Wereld Draait Door. Naast het schrijven werkt Rijneveld twee dagen in de week op een melkveebedrijf.


Oek de Jong

"Zwarte schuur gaat over trauma, geweten, een huwelijk, doods- en levensdrift. Dat vind ik geen kleine onderwerpen." Aldus Oek de Jong, eind augustus 2019 in een interview, daags voor de verschijning van zijn nieuwste roman. De Jong is de eerste literaire auteur in het 15-jarig bestaan van de stichting LAS, die voor de tweede maal zijn opwachting maakt in Sneek. De eerste keer was in 2013, kort na het verschijnen van zijn magnum opus Pier en Oceaan (2012).

Oebele Klaas Anne (Oek) de Jong (Breda, 1952) verrijkte onze Nederlandse taal met de prachtige en beeldende uitdrukking Opwaaiende zomerjurken. De Jong schreef de gelijknamige roman in 1979, en deze betekende zijn doorbraak als schrijver. Dit was het begin van een hoogwaardig oeuvre van romans, verhalen en essays. Zijn bekendste boeken zijn, naast Opwaaiende zomerjurken, de romans Cirkel in het gras en Hokwerda's kind. De periode tussen 1985 en 1995 werd door De Jong in interviews een 'donkere tijd' genoemd. Geplaagd door depressies kon hij geen pen op papier krijgen.

Een veel geprezen hoogtepunt in zijn oeuvre is de eerder genoemde roman Pier en Oceaan. Het 800 pagina’s tellende boekwerk, waar De Jong 8 jaar aan werkte, werd bekroond met drie literatuurprijzen, waaronder de Gouden Boekenuil 2013, de belangrijkste literaire prijs van Vlaanderen. Bij schrijven van dit programmaboekje is zijn nieuwste roman, Zwarte schuur, zojuist uitgekomen. Het is een vuistdikke roman over leven met trauma en de verwerking ervan, over de vrouwen die hoofdpersoon Maris in de loop der jaren confronteren met zichzelf en over de kracht van een grote liefde. Alles begon in zijn jeugd en vooral die zondagmiddag op het eiland toen hij meeging naar een zwart geteerde boerenschuur, en niet mee had moeten gaan. Op het hoogtepunt van zijn internationale roem als kunstenaar wordt hij hier op latere leeftijd (weer) pijnlijk en publiekelijk mee geconfronteerd. Dit is het verhaal van een leven dat door één enkele, catastrofale gebeurtenis wordt getekend.

Oek de Jong studeerde kunstgeschiedenis in Amsterdam. Zijn werk is in negen landen vertaald en bekroond met diverse literaire prijzen.


Peter Buwalda

Ook Peter Buwalda is een literair recidivist bij de stichting LAS. Wij ontvingen hem eerder in mei 2013, nadat hij met zijn debuutroman Bonita Avenue (2010) de Nederlandse literatuur was binnen gedenderd. De omvangrijke en somptueuze roman werd met veel feestgedruis door pers en publiek ontvangen. Het boek werd een internationale bestseller, en met veel (nominaties voor) literaire prijzen overladen. Bij gelegenheid vertelde Buwalda ongeveer halverwege te zijn met z’n tweede roman. "Wellicht kan hij tijdens de LAS-bijeenkomst vast een tipje van de sluier oplichten", schreven wij optimistisch in ons programmaboekje seizoen 2012/2013. Inmiddels weten wij dat zijn tweede roman iets langer op zich heeft laten wachten.

Gelukkig wist Buwalda ons wachten te verzachten met bundelingen van zijn columns voor de Volkskrant: Suzy vindt van niet (2014), Van mij valt niks te leren (2015), Verse probz.(2016) en De kleine voeten van Lowell George (2017).

Over zijn nieuwe roman zei Peter Buwalda tegen de Volkskrant: "Ik wil de lezer niet teleurstellen met een halfbakken broddelwerkje". Dat is het zeker niet geworden, en Otmars zonen (2019) was het wachten helemaal waard. En dan ook nog het eerste deel van een trilogie. Peter Buwalda verkent in Otmars zonen de grenzen van de epische wereld die hij al in Bonita Avenue schiep, rijk aan verhaallijnen en literaire verwijzingen. In de nog te verschijnen delen van zijn romancyclus, De jaknikker en Hysteria siberiana, zal hij deze wereld verder vorm geven.

Fraaie naam, overigens, van één der hoofdpersonen: Dolf Appelqvist. Is het een wonderkind of een total loss? “Buwalda zwiert en schmiert dat het een aard heeft, en doet dat zo aanstekelijk dat je hem een paar uitglijders vergeeft.” Aldus Volkskrant-recensent Arjan Peters in 2019.

Wellicht kan Peter Buwalda nu wel een tipje van de sluier oplichten over het vervolg van Otmars zonen.

 
© Stichting Literaire Activiteiten Sneek
terug naar boven