home
nieuws
stichting
programma
  - data en tijden
  - schrijvers
  - reserveren
  - fotogalerij
contact
links

 

 

Schrijvers

Alexander Munninghoff

Alexander Münninghoff (Posen, 1944) is een Nederlands journalist, Slavist, Ruslandkenner en schrijver. Van 1974 tot 2007 werkte hij voor de Haagsche Courant. Münninghoff heeft veel artikelen en boeken over de schaaksport geschreven. In 1983 won hij de Prijs voor de Dagbladjournalistiek en in 2015 de Libris Geschiedenis Prijs voor zijn boek De stamhouder.

Münninghofs vader vocht voor de Waffen SS aan het Oostfront, zijn grootmoeder was een Russische gravin. Münninghoff doorliep het Gymnasium Haganum. Hij studeerde Slavische taal- en letterkunde aan de Universiteiten van Leiden en Amsterdam. Münninghoff werkte indertijd voor de MID (Militaire Inlichtingen Dienst) als instructeur Russisch. Als journalist was hij tussen 1986 en 1991 correspondent in Moskou voor de Haagsche Courant. Voor dezelfde krant was hij oorlogscorrespondent in Cambodja en El Salvador. Verder versloeg hij de Eerste Golfoorlog tussen Iran en Irak. In 2014 publiceerde hij de bewogen geschiedenis van zijn familie onder de titel De stamhouder, een familiekroniek. Voor dat boek ontving hij in 2015 de Libris Geschiedenis Prijs.

“Ik ben geboren op 13 april 1944 in Posen, een oude Poolse stad die eeuwenlang Poznán werd genoemd. Maar toen ik er geboren werd, te midden van bombardementen die het einde der tijden leken aan te kondigen, was dit Posen een Duitse stad vanwaaruit Hitler-Duitsland zijn Heerestruppen naar de Sovjet-Unie had gestuurd en die nu de verminkten, de gewonden, de doden en een onafzienbare stoet vluchtelingen terugkreeg. Mijn familie had deel aan dat drama. Over hen gaat dit boek. En over de gevolgen van de oorlog.” Aldus Münninghoff zelf over De stamhouder.

Münninghoff is een niet onverdienstelijk schaker Hij schreef ook boeken over schakers (Donner, Euwe en Fischer) en over de Haagse schaakvereniging Discendo Discimus.


Arthur Japin *UITVERKOCHT*

** UITVERKOCHT **

Arthur Valentijn Japin (Haarlem, 1956) wilde in zijn kindertijd “zo nu en dan iemand anders zijn”. Daarin lijkt deze aanvankelijk acteur en later schrijver zeer wel geslaagd. Hij heeft toneel gespeeld, een humoristische kennisquiz op tv gepresenteerd, en vooral een rijk oeuvre aan romans, en ook filmscenario’s, theaterstukken en zelfs een opera op zijn naam staan. Voor zijn roman Een schitterend gebrek ontving hij in 2004 de Libris Literatuur Prijs. In 2006 schreef hij het Boekenweekgeschenk De grote wereld.

Arthur Japin had geen fijne jeugd. Zijn vader, de toneelrecensent Bert Japin, pleegde zelfmoord toen Arthur dertien jaar was. Tot zijn zestiende werd hij gepest, zowel geestelijk als lichamelijk mishandeld en bevond hij zich in een isolement. Reden om zo nu en dan iemand anders te willen zijn. De liefde voor het toneel zat er al vroeg in. Het scheppen van een fantasiewereld, de vlucht uit de realiteit, was een middel om te overleven.
Japin vertrok na het gymnasium naar Londen, om een opleiding te volgen aan een toneelschool, The School of Dramatic Arts. Terug in Amsterdam studeerde hij twee jaar Nederlandse taal- en letterkunde en stapte vervolgens over naar de Kleinkunstacademie. In 1982 studeerde hij hier af.
Hij speelde rollen voor radio, film en televisie (bijvoorbeeld enkele bijrollen in de film Flodder en de televisieseries Goede tijden, slechte tijden en Onderweg naar morgen) en op het toneel bij onder andere Toneelgroep Centrum en de Theaterunie. Verder zong hij in een kleine rol bij de Nederlandse Opera.

Japin zegde het toneel echter vaarwel, en legde zich toe op het schrijven. In 1996 debuteerde hij met Magonische Verhalen. In deze verzameling van verhalen laat Japin zijn fantasie met zijn eigen geschiedenis aan de haal gaan. Toen hij een jaar of zes was, was zijn vader ernstig in de war. Hij vertelde de jonge Arthur over Magonia. In de Middeleeuwen stond dat voor een denkbeeldig land. De verhalen die zijn vader vroeger aan hem vertelde, vertelt Japin in zijn boek opnieuw. In 2000 werden enkele Magonische Verhalen verfilmd, Arthur schreef het scenario.
Na zijn debuut volgde een hele reeks aan romans en verhalen, die veelal een autobiografische of historische kern hebben. Enkele belangrijke titels zijn: De zwarte met het witte hart (1997), later bewerkt tot de opera Kwasi & Kwame, De droom van de leeuw (2002), De Overgave (NS Publieksprijs 2008), Vaslav (2010) en De gevleugelde (2015).

De tot nu toe laatste roman van Japins hand is Kolja (2017). Kolja is acht jaar oud en doofstom als de broers Modest en Pjotr Tsjaikovski zich over hem ontfermen. Vele jaren reizen ze met de jongen door Europa en bevrijden hem uit zijn isolement. Wanneer de beroemde componist onverwacht overlijdt, twijfelt Kolja direct aan de officiële doodsoorzaak. De ware toedracht wordt angstvallig verzwegen. Kolja heeft drie dagen – tot de staatsbegrafenis – om de waarheid te achterhalen. Maar terwijl Sint-Petersburg gonst van de geruchten, rijst de vraag of hij de Tsjaikovski’s, die hem leerden spreken, niet beter dient door nu te zwijgen.

Özcan Akyol

Özcan Akyol (Deventer, 1984) is een Nederlandse schrijver en columnist. Hij deed de mavo en studeerde later journalistiek en Nederlands. De laatste studie heeft hij echter niet afgerond. Naast zijn literaire werk is hij vaste columnist van het Algemeen Dagblad, VARAgids, Nieuwe Revu en maar liefst zeven regionale dagbladen. Daarnaast publiceert hij van tijd tot tijd in het literair voetbaltijdschrift Hard gras.

In september 2011 debuteerde Akyol met het korte verhaal Zero Impact in de bundel WTF? Volwassen worden na 11 september. Dit boek gaat over jongeren die na de aanslagen op 11 september 2001 in New York opgroeien. Een jaar later verscheen zijn debuutroman Eus (2012). Het boek gaat over een Turks-Nederlandse jongen uit een gastarbeidersgezin die zich aan zijn achtergrond probeert te ontworstelen. Het werk werd als een gedeeltelijk autobiografische "schelmenroman" gepresenteerd. Eus kreeg voor en bij verschijning veel aandacht in de Nederlandse media. “Na Eus zal de vaderlandse literatuur nooit meer dezelfde zijn”, aldus destijds de ons helaas ontvallen schrijver Joost Zwagerman. Een maand na het verschijnen werden de filmrechten gekocht door Eyeworks.

Akyol is sinds zijn debuut naast schrijver ook opiniemaker. Hij is veelvuldig op televisie om zijn mening te geven over de actualiteit, bijvoorbeeld in programmas als De Wereld Draait Door en Pauw. Hij staat bekend om zijn nuchtere analyses en directe taal.
In het najaar van 2014 verscheen het eerste kinderboek van Akyol: Wij vieren geen feest. In dit verhaal gaat een jongetje op kerstavond op zoek naar hulp voor zijn zieke broer. Hij stuit op veel weerstand en leert een harde les. Het boek verscheen in een kleine oplage.

In februari 2016 verscheen zijn tweede roman, getiteld Turis. Hierin gaat de hoofdpersoon op zoek naar het vermeende dubbelleven van zijn tirannieke en alcoholistische vader, teneinde zijn ouders uit elkaar te drijven. Het boek werd als literaire fictie gepresenteerd, hoewel het verhaal veel gelijkenissen met het echte leven van de schrijver zou vertonen. “Met zijn nieuwe boek lost Özcan Akyol zijn belofte meer dan in. Turis is een overrompelende roman over een vader, een zoon en een moeder. Ontroerend, hard en weergaloos”. Aldus karakteriseerde Ronald Giphart de roman.

Bas Haring

“Ik vind ‘volksfilosoof’ wel een mooie geuzennaam. Op een frisse en toegankelijke manier probeer ik wetenschap en filosofie zo uit te leggen dat ‘t begrijpbaar wordt voor jan en alleman.” Aldus Bas Haring op zijn eigen website.
Sebastiaan Haring (De Bilt, 1968) is filosoof en informaticus, schrijver van (kinder)boeken en populairwetenschappelijk werk, televisiepresentator bij de RVU en hoogleraar aan de Universiteit van Leiden, waar hij de leerstoel "publiek begrip van wetenschap" bekleedt. Opdracht is jonge wetenschappers te trainen in het toegankelijk maken van wetenschap. In 2016 werd aan hem de Duidelijketaalprijs toegekend.

Als schrijver begon Haring met een (kinder)boek over evolutie: Kaas en de Evolutietheorie, uit 2001. Het boek werd bekroond met de Gouden Uil voor Jeugd¬literatuur en de Eureka!-prijs voor populairwetenschappelijke literatuur. Het is in diverse talen vertaald en kreeg in Duitsland de prijs voor het beste wetenschappelijke boek. In 2003 verscheen een tweede boek, De ijzeren wil, over kunstmatige intelligentie en de verschillen tussen mensen, konijnen en computers. Hierin gaat hij in op de vraag of de mens iets extra's heeft ten opzichte van dieren en computers aan de hand van verschillende voorbeelden.

Voor een Echt Succesvol Leven (2007), is een pleidooi voor onsuccesvol leven dat kalm en gelukkig is. Daarna verscheen Plastic Panda’s (2011) over de teloorgang van de natuur en het uitsterven van plant- en diersoorten. Bas Haring stelt zich op het uitdagende standpunt dat dat uitsterven minder erg is dan we vaak denken. De voorlopig laatste publicatie, Waarom Cola Duurder is dan Melk (2016), gaat over het fenomeen economie. De vragen die hierin gesteld worden zijn onder andere: Zijn wij rijk dankzij de armoe van anderen? Waar komt geld vandaan? Waarom is cola duurder dan melk? En Waarom kunnen economen geen recessie voorspellen?
Naast boeken schrijft Haring ook columns voor verscheidene tijdschriften, waaronder Intermediair en de Volkskrant.

Voor de popularisering van wetenschap is Bas Haring ook een bekende verschijning op televisie. Zo presenteerde hij in 2016 samen met Sophie Hilbrand de serie Klonen: Wens of waanzin, en is hij sinds 2013 een van de panelleden in het populairwetenschappelijke programma Proefkonijnen.

De avond met deze ‘volksfilosoof’ vindt plaats in samenwerking met de Protestantse Kerk Sneek.

Daan Heerma van Voss

Daniel Jan (Daan) Heerma van Voss (Amsterdam, 1986), schrijver en interviewer, studeerde geschiedenis aan de Universiteit van Amsterdam. Hij is de oudere broer van schrijver Thomas Heerma van Voss en zoon van oud-omroepbaas Arend Jan Heerma van Voss. Vanaf 2010 verschijnen van zijn hand regelmatig boeken en artikelen in kranten en weekbladen. In 2015 verscheen Ultimatum, een trhiller die Heerma van Voss schreef met zijn broer Thomas.

In september 2010 maakte Heerma van Voss zijn literaire debuut met de roman Een zondagsman. In 2012 gevolgd door Zonder tijd te verliezen, een roman losjes gebaseerd op zijn leven in Italië, waar hij van 2004 tot 2005 woonde. Zijn doorbraak beleefde hij met de roman De Vergeting (2013), over Heerma van Voss geheugenverlies in één dag. Volgens Humo van dat jaar, behoort hij tot de tien meest getalenteerde schrijvers van de lage landen. Ook A.F.Th. van der Heijden noemde Daan Heerma van Voss een van de grootste literaire talenten van het land.

In 2014 volgde Het Land 32, dat zowel zeer geprezen als fel bekritiseerd werd. Vrij Nederland bestempelde het boek als literaire dikdoenerij, terwijl NRC Handelsblad schreef dat Daan Heerma van Voss voor het eerst volledig liet zien dat hij een van de meest veelbelovende en ambitieuze schrijvers van de jonge generatie is. De Post Online noemde het boek briljant.

Ultimatum (2015) is het eerste boek dat de broers Heerma van Voss samen schreven. Voormalig psychiater Aron Mulder leidt een teruggetrokken leven na de onopgehelderde moord op zijn vrouw. De geruchten over zijn betrokkenheid bij de moordzaak dreven zijn cliënten weg, en ook zijn zoon Alexander, die naar New Orleans verhuisde en een andere naam aannam. Als blijkt dat Alexander verdacht wordt van de moord op zijn vriendin, gepleegd in de moerassen van Louisiana, besluit Aron in actie te komen. Vader en zoon komen lijnrecht tegenover elkaar te staan.

In februari 2015 ging zijn nieuwe grote interviewserie van start in de Volkskrant, getiteld Van de ene op de andere dag, over de leefwereld van werklozen. In april verscheen een grote reportage over zijn embedded-bezoek aan het Nederlandse legercontingent in Mali, verschenen in de Volkskrant, getiteld Onder Blauwhelmen.

Daan Heerma van Voss woont en werkt afwisselend in Amsterdam en de Verenigde Staten. In 2012 won hij De Tegel voor journalistieke uitmuntendheid.

Foto: Merlijn Doomernik

Douwe Draaisma

In een al bijna traditionele samenwerking met de Protestantse Kerk Sneek ontvangen wij de schrijvende psycholoog Douwe Draaisma (Nijverdal, 1953). Deze psycholoog is gespecialiseerd in de aard en mechanismen van het menselijk geheugen. Hij is bijzonder hoogleraar in de geschiedenis van de psychologie aan de Rijksuniversiteit Groningen.

Draaisma is de auteur van een aantal zeer succesvolle boeken die veelvuldig zijn vertaald. Met zijn boek Waarom het leven sneller gaat als je ouder wordt (2001) won hij meerdere prijzen. Het boek werd in meerdere talen vertaald. In het najaar van 2010 heeft Draaisma in samenwerking met het dagblad Trouw de schrijfwedstrijd ‘Vergeten’ uitgeschreven met 438 inzendingen.

Douwe Draaisma, is een literair talent en een gedreven wetenschapper. “Ik ben geboeid door die wonderlijke selectiviteit van het geheugen. Dat labyrint waaruit zich ineens iets kan losmaken. Het geheugen blijft een mysterie.” Draaisma maakte naam met De metaforenmachine (1995), dat het fundament heeft gelegd onder zijn oeuvre, en bij een groot publiek vooral met Waarom het leven sneller gaat als je ouder wordt (2001) en Ontregelde geesten (2006), maar sinds de verschijning van zijn alom bejubelde Heimweefabriek (2008), en nadien het Vergeetboek (2010) is hij niet meer weg te denken van de literaire en wetenschappelijke podia in binnen- en buitenland. Dagblad Trouw schrijft over hem: “Draaisma is als de eskimo met tientallen verschillende namen voor ‘sneeuw’: hij beschikt over een rijke woordenschat die hem in staat stelt nuances aan te brengen waar anderen alleen van ‘vergeten’ en ‘onthouden’ spreken.” De dromenwever (2013) is het zesde deel in Douwe Draaisma’s indrukwekkende, leesbare en boeiende reeks exploraties van de werking van het menselijk brein.

Deze avond wordt georganiseerd in samenwerking met de werkgroep Inspiratie van de Protestantse Kerk Sneek.


Gustaaf Peek

Gustaaf Peek (Haarlem, 1975) studeerde Engelse Taal- en Letterkunde aan de Universiteit Leiden. Na zijn studie richtte hij zich in eerste instantie op het schrijven van poëzie.

In de zomer van 2006 verscheen zijn debuutroman Armin. De titel verwijst naar het romanpersonage Armin Immendorff, een jonge SSer die als verloskundige aangesteld is in een zogeheten Lebensborn-kliniek in Hitler-Duitsland. Het Sonderhospital, waar in de hoogtijdagen van het nationaal-socialisme honderden arische babys ter wereld werden gebracht (al dan niet verwekt door blonde en blauwogige SSers).
In Peeks tweede roman Dover (2008) is de Chinese vluchteling Tony de hoofdfiguur van een drama dat zich begin deze eeuw ook werkelijk heeft afgespeeld, toen 58 illegale Chinezen per vrachtschip in Dover aankwamen maar gestikt bleken te zijn in een tomatencontainer.

In september 2010 verscheen zijn roman Ik was Amerika die (net als het debuut Armin) zich deels afspeelt ten tijde van de Tweede Wereldoorlog. Hoofdpersoon is de Nederlander Dirk Winter die vechtend voor de nazis in Noord-Afrika krijgsgevangen genomen wordt, en door de geallieerden naar een kamp in het zuiden van de Verenigde Staten wordt overgebracht. Daar raakt hij bevriend met een zekere Harris. Zesendertig jaar later keert Dirk terug naar Amerika om zijn oude vriend weer te ontmoeten. Ik was Amerika werd zowel met de BNG Nieuwe Literatuurprijs als met de F. Bordewijk-prijs bekroond.

Peeks vierde roman Godin, held (2014) vertelt in omgekeerde chronologie het verhaal van een onverwoestbare liefde tussen Tessa en Marius. We beginnen met Tessa die Marius overleeft, en sterft, en we eindigen met Tessa die Marius nog niet kent en zich een toekomstige minnaar voorstelt. De tijd die zij samen doorbrengen is steeds zeer beperkt (meestal in hotelkamers); voor de buitenwereld delen zij het leven met anderen. Toch is het dit samenzijn, en de hunkering daarnaar, dat beide levens ware betekenis geeft. Godin, held is een intense leeservaring, zeker ook door zinnelijke seksscènes. De roman werd in 2015 genomineerd voor de Libris Literatuur Prijs.

Gustaaf Peek is tevens redacteur van het literair tijdschrift De Revisor.

Foto: Maria Hermes


Hanna Bervoets

Hanna Marleen Bervoets (Amsterdam, 1984) is schrijfster, journaliste en columniste. Ze volgde een opleiding Media en Cultuur aan de Universiteit van Amsterdam. Vervolgens voltooide zij in 2008 een duale studie Master Journalistiek en Research, eveneens aan de Universiteit van Amsterdam.
Al tijdens haar studie schreef Hanna Bervoets filmrecensies en korte columns over het Amsterdamse uitgaansleven voor stadsmagazine NL20. Sindsdien publiceert zij in verschillende media, waaronder Elsevier, De Correspondent en Das Magazin. Tussen 2009 en 2015 had Bervoets een vaste column in Volkskrant Magazine. Haar columns werden gebundeld in de boeken Leuk zeg doei (2010), Opstaan, aankleden, niet doodgaan (2013) en En alweer bleven we ongedeerd (2015).

In 2009 verscheen Bervoets’ debuutroman Of Hoe Waarom, waarvoor ze in datzelfde jaar de ScriptPlus HvA Debutant van het Jaar-prijs won. Een hele mond vol, waarbij HvA staat voor Hogeschool van Amsterdam. Het navolgend jaar schreef Bervoets in opdracht van de Haagse toneelgroep Firma MES haar eerste toneelstuk: Roes, over twijfelende twintigers in het nachtleven van nu. Volgens het NRC was met het stuk “een nieuw toneelgenre uitgevonden, dat van het columnistentheater: snelle, flitsende columns gebracht als theater. Geestig, navrant, provocerend.”
Bervoets tweede roman, Lieve Céline (2011), mocht zich verheugen in de Opzij Literatuurprijs. Deze prijs is bedoeld voor schrijfsters wier werk bijdraagt aan de ontplooiing, bewustwording en emancipatie van vrouwen. Tot 2008 heette deze prijs de Annie Romeinprijs. Bervoets trad daarmee in de voetsporen van illustere voorgangers zoals Joke Smit, Hella Haasse, Marga Minco.
Na de roman Alles wat er was (2013), een beklemmend boek in een claustrofobische setting, dat existentiële vragen oproept, volgden in 2014 Efter, en de roman Ivanov (2016). Voor de laatste ontving Bervoets de BNG Nieuwe Literatuurprijs.

In 2017, het jaar waarin Hanna Bervoets ook de Frans Kellendonk-prijs ontving, verscheen haar roman Fuzzie. Het is “een roman over gemis, genegenheid en de vraag in hoeverre affectie zich laat afdwingen”. Op een ochtend in april ontvangt Maisie een pakketje. Een kartonnen doosje met daarin een klein, wit, pluizig bolletje. Maisie houdt het bolletje even tegen haar wang. "Hé jij, ben je daar eindelijk?" zegt het dan. Ook op andere plekken in de stad lopen mensen met een bolletje rond.

Ilja Leonard Pfeijffer

Het literair oeuvre van Ilja Leonard Pfeijffer (Rijswijk, 1968), dichter, classicus en (toneel)schrijver, is minstens zo indrukwekkend als zijn uiterlijke verschijningsvorm.
Pfeijffer was tot 2004 werkzaam als classicus aan de Universiteit Leiden. Hij is gespecialiseerd in het werk van de Griekse dichter Pindarus (522 – 443 vC). Zijn schrijvend oeuvre begint in 1998 met de dichtbundel Van de vierkante man, waarmee hij direct, naast nominaties voor andere prijzen, de C. Buddingh'-prijs in de wacht sleept.
Deze kleine pagina's bieden bij lange na geen ruimte voor een overzicht van wat er daarna allemaal uit Pfeijffers pen vloeit: dichtbundels, romans, toneelstukken, stukken voor muziektheater, bloemlezingen en wetenschappelijke publicaties. De literaire prijzen en nominaties zijn al even legio.

Wij noemen: Rupert: een bekentenis (2004), zijn eerste roman, bekroond met de Seghers Literatuurprijs. De roman La Superba (2013) was goed voor de Libris Literatuurprijs, de Prozaprijs van de Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal- en Letterkunde en literaire jongerenprijs De Inktaap. De auteur is een aantal jaar geleden vanuit Leiden per fiets in Genua beland en er gebleven. Hij is verliefd geworden op deze Italiaanse stad bijgenaamd ‘La Superba’ (de hoogmoedige). Behalve een monument voor de stad Genua, is de roman een liefdesverhaal dat tragisch eindigt.

Voor Peachez, een romance (2017) baseert Pfeijffer zich op een waargebeurd verhaal: dat van een professor in Amerika die verliefd wordt op een fotomodel dat hij op het internet leert kennen en voor wie hij een alles overstijgende liefde gaat koesteren die zijn leven overhoophaalt. Slachtoffer van het moderne fenomeen van catfishing (een catfish is iemand die zich online voordoet als iemand anders). Een filosofische roman ook over het eeuwige thema van de zoektocht naar geluk in de liefde, die leest als een thriller.
Van ’s mans poëzie noemen wij nog de dichtbundel Idyllen (2015), gehonoreerd met de Jan Campert-prijs, de E. du Perronprijs en de VSB Poëzieprijs.

In 2010 schreef Ilja Leonard een aantal liedteksten voor de theatertour Durf Jij? van Ellen ten Damme. En in het voorjaar van 2015 toerde hij door Nederland en Vlaanderen met Tommy Wieringa, Dimitri Verhulst, Gustaaf Peek en Thé Lau, met het theaterprogramma The Pursuit of Happiness.

Kortom een man die zich een uitspraak als: “Gebrek aan zelfvertrouwen is een karakterfout die ik niet bezit”, kan permitteren.

Jaap Robben

Jaap Robben (Oosterhout, 1984) heeft samen met illustrator Benjamin Leroy al heel wat kinderboeken gepubliceerd, als hij in 2014 voor volwassenen debuteert met de roman Birk. Het boek mag zich verheugen in louter lovende recensies en drie literaire prijzen, waaronder de Nederlandse Boekhandelprijs.

Eén eiland, drie huizen, vijf mensen op een afgelegen eiland tussen Schotland en Noorwegen. Dat is de entourage waarin Birk zich afspeelt. De negenjarige Mikael ziet zijn vader aan het strand in zee verdwijnen, maar verzwijgt wat er is gebeurd. Schuld, troost en verwijten stapelen zich op, tot zijn moeder het onmogelijke van hem verlangt. ‘Vanaf zin één is duidelijk hoe goed debutant Jaap Robben schrijft‘, aldus Thomas de Veen in NRC NEXT. Birk wordt vertaald in het Duits, Turks en het Engels. Ook wordt gewerkt aan de verfilming van het aangrijpende verhaal.

De roman Zomervacht (2018) werd minstens even goed ontvangen, en was in dat jaar DWDD Boek van de maand september. Ook in deze roman spelen eenzaamheid en desolaatheid een belangrijke rol. De dertienjarige Brian woont bij zijn vader op een afgelegen terrein in een caravan. Brians verstandelijk en fysiek beperkte broer Lucien woont in een instelling. Een renovatie maakt het noodzakelijk dat Lucien elders wordt opgevangen. De vader, vooral gemotiveerd door de in het vooruitzicht gestelde vergoeding, haalt Lucien naar de caravan en maakt de jonge Brian verantwoordelijk voor de verzorging van zijn broer.

Jaap Robben was vanaf 2008 twee jaar lang stadsdichter van Nijmegen. Zijn gedichten zijn terug te vinden op posters, in tal van bloemlezingen, op muren, fietspaden en zelfs op een parkeergarage. Vertalingen zijn er tot in het Chinees en Koreaans.

Judith Visser

Judith Visser (Rotterdam, 1978) debuteerde in 2006 met de roman Tegengif. Daarin staat het leven van een jonge Rotterdamse prostituee centraal. De in de liefde bedrogen hoofdpersoon besluit zich te wapenen tegen toekomstig hartzeer en stort zich in de prostitutie. Daar zoekt zij naar een walging zo sterk, dat die altijd werkzaam zal blijven als tegengif tegen de liefde. De roman, waarvan de eerste druk binnen een week was uitverkocht, zorgde voor ophef onder bordeelbezoekers en kreeg veel aandacht in de media. Tegengif werd uitgeroepen tot Beste Rotterdamse Boek van 2006. Het vervolg Tinseltown, dat verscheen in 2007, werd dat jaar met dezelfde prijs bekroond.

In 2008 verscheen Vissers (jeugd)thriller Stuk, dat haar een nominatie voor de Gouden Strop 2009 opleverde. Het boek werd uitgevoerd als theatervoorstelling en is verfilmd. Daarna verscheen nog een reeks thrillers van haar hand.

In seizoenen (2016) is weer een roman en handelt over wat er gebeurt wanneer je nog maar kort te leven hebt. Hoe belangrijk wordt het verleden, als er geen toekomst meer is? In maart 2018 verscheen Zondagskind, een autobiografische roman over een autistisch meisje dat haar eigen weg vindt in het leven. Enkele jaren eerder maakte Visser in de Viva bekend dat zij het syndroom van Asperger heeft.

Judith Visser is tevens ambassadeur van Hulphonden voor Autisme.

Lize Spit

Lize Spit (Viersel, 1988) heeft met haar debuutroman Het smelt (2016) in één zinderende literaire klap haar naam gevestigd. Het boek kreeg louter lovende recensies. Spit groeide op in de Belgische Kempen. Ze studeerde aan de ‘School of Arts’ van de Erasmushogeschool Brussel, waar ze een master in scenarioschrijven haalde. In 2013 won ze zowel de jury- als publieksprijs van de schrijfwedstrijd Write Now!.

Spit publiceerde korte verhalen en poëzie in onder andere de tijdschriften Tirade, De Gids en Das Magazin. In januari 2016 verscheen haar eerste roman Het smelt. De literaire pers was jubelend. Het NRC sprak van “een oorspronkelijk en indrukwekkend debuut, zonder twijfel een van de beste, rijpste en trefzekerste in tijden”. Inmiddels is het boek een bestseller. Medio april 2016 werd bekend dat er een Engelse vertaling van de roman in de maak is, ook wordt er gesproken over een verfilming.

In Het smelt gaat Eva, een vrouw van 27 jaar met een blok ijs achter in haar auto, tegen oudjaar 2015, terug naar haar geboortedorpje Bovenmeer in de Kempen. Ze herinnert zich in korte fragmenten een aantal beslissende gebeurtenissen uit de zomer van 2002, toen ze een jaar of 13 was. In Eva’s geboortejaar worden in het Vlaamse Bovenmeer slechts twee andere kinderen geboren, allebei jongens. De drie maken er hun hele jeugd het beste van, tot de pubertijd aanbreekt. Opeens ontstaan er andere verhoudingen. De jongens bedenken wrede plannen en de bedeesde Eva kan hieraan meedoen, of haar enige vrienden verraden. Het is duidelijk dat de terugkerende vrouw zint op wraak. Spit weet met fraaie taal en detaillering 480 pagina’s lang de spanning van een luguber raadsel vast te houden. Tot een apotheose die wij hier niet als spoiler zullen weggeven.


Maartje Wortel

Maartje Wortel (Eemnes, 1982) volgde de opleiding Beeld & Taal aan de Gerrit Rietveld Academie te Amsterdam. Ze publiceerde talloze korte verhalen in de literaire tijdschriften Passionate Magazine, De Brakke Hond en De Gids. Haar columns verschenen in NRC Next en Trouw.

Wortel debuteerde in 2009 met de verhalenbundel Dit is jouw huis, waarvoor zij de Anton Wachterprijs ontving. In 2011 verscheen haar eerste roman Half Mens. Het boek handelt over een Amerikaanse taxichauffeur die een Nederlands meisje aanrijdt. Inspiratiebron voor het boek was een artikel over de psychische stoornis BIID (Body Integrity Identity Disorder). Dit is een zeldzame neuropsychiatrische aandoening waarbij patiënten van jongs af aan één van hun ledematen of een deel daarvan ervaren als zijnde niet-lichaamseigen. Ze zijn er van overtuigd dat het lichaamsdeel niet bij ze hoort, of dat het niet hoort te bewegen. Het liefst zouden ze geamputeerd of verlamd zijn.

In 2014 verscheen de goed onthaalde roman IJstijd, waarvoor Wortel de BNG Bank Literatuurprijs won. Volgens de jury overtuigt Maartje Wortel met haar nuchtere, constaterende stijl: Met weinig tell, in achteloze, kunstige streken, zet Wortel de psyche van haar personages feilloos neer. Zo ook James Dillard, de hoofdpersoon in IJstijd, die op zijn achttiende leeftijd door zijn moeder buiten de deur wordt gezet. Geholpen door een oneindig fortuin leidt hij een doelloos en apathisch leven in chique hotelkamers, waar het hem aan niets ontbreekt. Dillards leven wordt overhoop gegooid als hij wordt gebeld door de redactrice van een uitgeverij met het verzoek een non-fictie boek te schrijven. Van het ene op het andere moment verandert zijn (gedachte)wereld.

Maartje Wortel werkte samen met o.a. Anne Soldaat, Conny Janssen Danst, FOAM, Spinvis en het Sandberg Instituut.

Foto: Keke Keukelaar

Pieter Waterdrinker

Pieter Waterdrinker (Haarlem, 1961) had de twijfelachtige eer één van Nederlands meest miskende romanciers te zijn. Tot voor kort, want sinds zijn roman Tsjaikovskistraat 40 (2017) en zijn optreden in het VPRO-programma Zomergasten in 2018, is de belangstelling voor deze journalist en schrijver, terecht, aanzienlijk toegenomen.

Geboren als Pieter Arie Johannes van der Sloot, nam hij later zijn moeders achternaam Waterdrinker officieel aan. Pieter groeide op in een familiehotel in Zandvoort. Hij studeerde Russisch, Frans, en Nederlands Recht aan de Universiteit van Amsterdam, en werkte als journalist voor onder meer De Telegraaf, de VPRO en Vrij Nederland. In 1996 vestigde de auteur zich in Rusland, waar hij, naast journalistiek werk, in hoog tempo zijn boeken en verhalen begon te publiceren. Veel van Waterdrinkers boeken zijn lovend ontvangen, en vertaald in het Engels, Duits en Russisch. Ook zijn de internationale filmrechten van zijn roman Duitse bruiloft (2005) verkocht.

Pieter Waterdrinker is een rasverteller, die in zijn romans niet op een paginaatje meer kijkt. Zijn debuutroman Danslessen (1998) leverde hem direct een affaire op, omdat de burgermeester van Zandvoort, die onder zijn eigen naam in het boek voorkomt, een klacht indiende wegens belediging en antisemitisme. De Haarlemse rechtbank veroordeelde Waterdrinker aanvankelijk tot een boete van vijfhonderd gulden, maar in hoger beroep werd de auteur vrijgesproken.

Zijn lijvige en sterk autobiografische roman Tsjaikovskistraat 40 (2017) levert hem een nominatie voor de Libris Literatuurprijs op. In de roman neemt Waterdrinker de lezer mee op een duizelingwekkende reis door de Russische geschiedenis en door zijn eigen leven. Vertrekpunt is zijn huis in Sint-Petersburg, waar de auteur woont met zijn vrouw en drie poezen, midden in de buurt die honderd jaar geleden het epicentrum was van de Russische revolutie van 1917.

Dat Waterdrinker behalve auteur van grote, panoramische romans ook een begenadigd schrijver van korte verhalen is, bewijst de recent verschenen bundel Een dame in Kislovodsk en andere Russische vertellingen (2018). Het boek bevat een selectie uit de bundels Kaviaar en ander leed, Montagne Russe en De correspondent, die Waterdrinker de afgelopen jaren schreef. Tevens zijn er verhalen opgenomen die niet eerder werden gebundeld.

René ten Bos

In samenwerking met de Protestantse Kerk Sneek ontvangen wij onze huidige Denker des Vaderlands René ten Bos (Hengelo, 1959). Hij is een filosoof, schrijver en organisatiedeskundige. Ten Bos is hoogleraar filosofie van de managementwetenschappen aan de Radboud Universiteit Nijmegen en honorary professor aan de Universiteit van St Andrews in Schotland. Hij staat bekend als een eigenzinnig denker. Tegendraads en provocatief zet hij gangbare ideeën opzij en biedt op toegankelijke wijze een breed en kritisch perspectief. Hij schuwt geen enkel onderwerp en analyseert net zo makkelijk de managementwereld als het dierenrijk, gendervraagstukken of onze omgang met de natuur. Zijn werk kenmerkt zich door zware thema’s die hij vaak met humor en blijmoedigheid benadert. Doch niet lichtvoetig.

Na zijn studie filosofie in Nijmegen wilde Ten Bos Amerikaanse literatuur vertalen, maar dit lukte niet. Toen hij zich bij het Uitvoeringsinstituut Werknemersverzekeringen meldde voor een uitkering, bood men hem een managementopleiding aan. Zo kwam Ten Bos in de wereld van de manager terecht, volgens hem ook “best gewone mensen”. Hij werkte als docent Engels en organisatiedeskundige. Hij was redactielid van het tijdschrift Filosofie in Bedrijf en van 1999 tot 2003 schreef hij voor M&O, een wetenschappelijk managementtijdschrift.

Als Denker des Vaderlands neemt Ten Bos zich voor de morele hakbijl zo min mogelijk te hanteren. "Bij mij borrelen oordelen vaak bijna uit een onderbuikachtige verontwaardiging op. Maar ik heb allang geleerd dat wanneer ik me een klein beetje verdiep in zo’n walgelijk onderwerp, waarover ik zo’n uitgesproken oordeel heb, de zaak onmiddellijk veel lastiger wordt."
Vanaf 1994 heeft Ten Bos tal van publicaties op zijn naam staan, vanuit een ruime kijk op management en filosofie. Voor zijn boek Bureaucratie is een inktvis (2015) ontving hij de Socratesbeker. Die is een erkenning voor de schrijver van "het meest urgente, oorspronkelijke en prikkelende Nederlandstalige filosofieboek van het voorgaande jaar".

Zijn meest recente publicatie Dwalen in het Antropoceen (2017) handelt over “de ecologische catastrofe die de mensheid heet”. Het Antropoceen is een in de wetenschap steeds gebruikelijker naam voor het tijdperk waarin de mens als eerste soort invloed uitoefent op het klimaat, op de oceanen en op de aarde zelf. Het is over het algemeen een alarmerend of apocalyptisch concept. De invloed van de mens op de aarde lijkt immers verre van positief. René ten Bos constateert in zijn boek een grootschalige verdwazing in onze samenleving ten aanzien van een belangrijke kwestie als klimaatverandering. Ten Bos meent dat wij moeten leren ons open te stellen voor andere navigeertechnieken. Zijn nieuwe boek leert ons te dwalen in de vreemde zone tussen mens en natuur.

“Natuurlijk, niet weten waar het heen moet is niet fijn. Maar precies weten waar het heen moet omdat ons dat verteld wordt, is misschien nog veel minder fijn.” Aldus René ten Bos, op zijn website.

Simone van der Vlugt

Simone van der Vlugt (Hoorn, 1966) is een bestsellerschrijfster in het genre van de literaire thriller. Elke nieuwe publicatie belandt geheid in de Boeken Top Tien. Van haar thrillers werden in totaal meer dan twee miljoen exemplaren verkocht.
Geïnspireerd door Kruistocht in spijkerbroek (1974) van Thea Beckman, wilde Van der Vlugt al op jonge leeftijd schrijfster worden. Op haar dertiende stuurde zij voor het eerst manuscripten voor historische verhalen naar een uitgever. Die wees haar werk af, maar raadde haar aan om door te gaan met schrijven. Ze ging Nederlands en Frans studeren aan de lerarenopleiding in Amsterdam. Na haar studie werkte ze bij een bank en schreef in de avonduren aan de historische jeugdroman De amulet, een verhaal over de heksenvervolging waarmee ze in 1995 debuteerde. Een reeks historische jeugdboeken voor de leeftijdscategorie 13+ volgde. Daarnaast schrijft Van der Vlugt voor kleuters en voor leerlingen van de basisschool.

In het najaar van 2004 debuteerde ze met De reünie als schrijfster van volwassenenliteratuur. Een hele reeks literaire thrillers volgde. Inmiddels staan er 37 publicaties voor kinderen, jongeren en volwassenen op haar naam. Met haar werk won Simone van der Vlugt verschillende prijzen, waaronder de NS Publieksprijs voor Op klaarlichte dag (2010). Haar boeken verschijnen onder andere in Engeland, Amerika, Duitsland, Spanje, Latijns-Amerika, Tsjechië, Italië, Denemarken, Hongarije en Litouwen.

In haar meest recente thriller, De Doorbraak (2017), breekt een jonge vrouw door als zangeres na een desastreuze jeugd met een tirannieke vader. De plotselinge roem en het succes maken haar niet gelukkig. Haar broer Rob, het enige familielid met wie ze het goed kan vinden, raakt vermist op zijn wereldreis. Als zangers wordt ze beschuldigd van plagiaat en geterroriseerd door een anonieme stalker. Ze trekt zich steeds meer terug en probeert wanhopig grip op haar leven te krijgen. Op het randje van een burn-out gaat ze op zoek naar Rob, maar de zoektocht is (uiteraard) niet zo eenvoudig.

Stefan Hertmans

Het rijke oeuvre van Stefan Hertmans (Gent, 1951) is vingers aflikken voor literaire fijnproevers. Hij produceert poëzie, romans, essays, theaterteksten en korte verhalen die hem binnen en buiten België bekend maken. Het leverde hem vele (nominaties voor) literatuurprijzen op, waaronder de AKO Literatuurprijs 2014 voor zijn roman Oorlog en terpentijn, en de E. du Perronprijs 2016 voor De Bekeerlinge.

Hertmans doceerde aan het Stedelijk Secundair Kunstinstituut Gent en de Koninklijke Academie voor Schone kunsten Gent. Hij gaf lezingen aan de Sorbonne, de universiteiten van Wenen, Berlijn en Mexico City, Library of Congress (Washington) en University College London.
Zijn eerste publicatie was de roman Ruimte (1981), deze werd gehonoreerd met de Prijs voor het beste debuut. Drie jaar later volgde de poëziebundel Ademzuil. In de navolgende jaren en tot op heden vliegen de publicaties ons, en de nominaties en prijzen hem om de oren. Daarnaast werkte Hertmans mee aan tal van literaire tijdschriften zoals Raster en De Revisor, en van 1993 tot 1996 was hij redacteur van het tijdschrift De Gids. Ook schreef hij in ons land voor dagblad Trouw.

Bekend recent werk van Hertmans is de roman Oorlog en terpentijn, genomineerd voor de Man Booker Prize 2017. De roman is gebaseerd op een paar cahiers die Hertmans in 1980 kreeg van zijn grootvader, vlak voor diens dood. Hij was een gedecoreerde held uit de Eerste Wereldoorlog, een plichtsbewuste en gedisciplineerde soldaat. Het boek reconstrueert op nauwgezette en literaire wijze het leven van Urbain Martien. Zijn leven begint in een Gentse volksbuurt tijdens de belle époque en krijgt een onvoorziene wending tijdens de Groote Oorlog (WOI). De gruwelijke ervaringen als frontsoldaat en het verdriet van een jonggestorven grote liefde, zette hij in zijn verdere leven om in stille schilderkunst. Stefan Hertmans’ jarenlange fascinatie voor zijn grootvaders leven bracht hem uiteindelijk tot het schrijven van deze aangrijpende roman.

De Bekeerlinge (2016) is een minstens zo aangrijpende historische roman. Het toont ons hoe al in de Middeleeuwen, tijdens de eerste Kruistocht (1096 – 1099) het Jodendom in Europa het moest ontgelden. In een klein dorp in de Provence wordt sinds mensenheugenis over een pogrom en een verborgen schat gesproken. Eind negentiende eeuw vindt men in een synagoge in Caïro een hoeveelheid opzienbarende joodse documenten. Stefan Hertmans ontdekt de sporen van een voorname christelijke jonkvrouw uit de elfde eeuw, die haar leven vergooide uit liefde voor een joodse jongen.

In 2017 werd Hertmans in België benoemd tot Commandeur in de Kroonorde, als waardering voor zijn literaire verdienste.

Tom Lanoye (onder voorbehoud)


Tijdens de Boekenweek 2019 hopen wij (onder licht voorbehoud) de Vlaamse schrijver Tom Lanoye te ontvangen. Lanoye (Sint-Niklaas, 1958) is romancier, dichter, columnist, scenarist met een enorme literaire staat van dienst. Vanaf zijn eerste poëziebundel in 1982 overspoelt hij ons met een schier eindeloze reeks van gedichten, toneelstukken, essays, satirische teksten en romans. Zij gaan vergezeld van een minstens zo imposante rij toneel- en literatuurprijzen. Met in 2013 de Constantijn Huygens-prijs voor zijn hele oeuvre. Zijn literair werk is in meer dan vijftien talen gepubliceerd of opgevoerd.

In Nederland geniet Tom Lanoye vooral bekendheid sinds het Boekenweekgeschenk van 2012, Heldere hemel. Het verhaal is gebaseerd op een waargebeurd voorval in de nadagen van de Koude Oorlog: een onbemand Sovjet-Russisch gevechtsvliegtuig stort neer in een Belgisch gehucht. Een voetnoot in de wereldpolitiek, een noodlottig drama voor een familie.
Veel waardering oogstte Lanoye ook voor zijn roman Sprakeloos (2009), die handelt over de dood van zijn moeder - een amateuractrice die, na een beroerte, haar spraak verliest. Begin 2016 bundelt en bewerkt Lanoye zijn meest spraakmakende speeches en polemieken in de bundel Revue Lanoye. “Polemieken zoals ze bedoeld zijn. Scherp, snijdend en precies,” aldus De Groene Amsterdammer. De tot nu toe laatste roman van Lanoye is Zuivering (2017). “Een hard en heftig boek voor harde en heftige tijden”, aldus de achterflap. In 2018 verscheen Lanoye 60, Groepsportret met brilletje, een feestboek ter ere van zijn zestigste verjaardag.

Behalve divers schrijver is Lanoye ook een theaterpersoon. Zijn theaterwerk bestaat uit meer dan twee dozijn toneelstukken, met titels als Ten Oorlog (1997), Mamma Medea (2001), De Russen! (2011). Tot het theaterwerk van Lanoye behoren ook zijn solo’s: geënsceneerde teksten van hemzelf, opgezet als toneelproducties, met licht- en klankregie, gespeeld in theaters in België en Nederland. Meer dan twaalf van zulke solo’s heeft hij inmiddels op de bühne gebracht.

Tom Lanoye woont en werkt in Antwerpen en Kaapstad. Hij komt vaak op radio en televisie, niet alleen in België, maar ook in Nederland.

Trio Giphart & Chabot

De nieuwe voorstelling van Ronald Giphart en Bart Chabot - Trio Giphart & Chabot – wordt u aangeboden in samenwerking met het Theater Sneek. Als stichting LAS willen we daarmee ons tweede lustrum luister bij zetten. Bart Chabot zou bij het eerste LAS-lustrum (2010) Sneek al aandoen, maar toen werd er een tumor ontdekt in zijn hoofd.

Overal in den lande proberen wij mensen te verpozen met onze woorden, wij zijn vertegenwoordigers in troost, schreef ooit Martin Bril over de theatervoorstelling Giphart en Chabot met Bril (2005 - 2007). In 2008 kwam de opvolger, De Grote Liefde, een show die helaas vroegtijdig moest worden afgebroken wegens de ziekte van Martin Bril.
Dit voortijdige einde heeft altijd geknaagd. Het voornemen om na het overlijden van Martin Bril snel weer op de bühne troost te vertegenwoordigen, werd ruw verstoord door fysieke perikelen van Bart Chabot. Maar dat spook lijkt te zijn overwonnen, vandaar dat Giphart en Chabot nu voor derde keer het land intrekken met een vrolijke, hilarische, ontroerende, wijze, bijzondere en uitermate onderhoudende voorstelling.

Barthelomeus Antonius Wilhelmus (Bart) Chabot (Den Haag, 1954) is, naast zijn dichtwerkzaamheden ook regelmatig op tv en in het theater te zien. Hij brengt singles en cds uit en is vaste deelnemer aan het Groot Dictee der Nederlandse Taal.
Tussen 1996 en 2003 publiceerde Chabot een vierdelige biografie van Herman Brood.
Over zijn ziekte en de bijbehorende bestralingen schreef Chabot het boek Diepere Lagen. In 2013 schreef Chabot zijn eerste roman, Triggerhappy.

Ronald Edgar Giphart (Dordrecht, 1965) werd als auteur vooral bekend met boeken als Ik ook van jou (1992) en Phileine zegt sorry (1996).
Giphart studeerde Nederlands in Utrecht, maar na drie jaar brak hij zijn studie af. Tijdens zijn werk als nachtportier begon hij te schrijven. Giphart debuteerde in 1992 met Ik ook van jou. Hij schreef daarna een hele reeks romans en werkte mee aan diverse televisieseries. Hij publiceert in uiteenlopende tijdschriften, waaronder het NS-tijdschrift Rails, waarvan hij enige tijd hoofdredacteur was.

Zijn laatste roman Harem (2015) gaat over een zoon die aan de hand van foto’s, geruchten en gesprekken een biografie over zijn beroemde maar voor hem vrijwel onbekende vader schrijft.

Foto: Marc Deurloo & Anton Corbijn

Willem Jan Otten

Willem Jan Otten (Amsterdam 1951) is een schrijver/dichter, met een veelzijdig en rijk oeuvre van poëzie, verhalend proza, toneel, kritieken en essays, waarvoor hij een veelheid aan literaire prijzen in de wacht sleepte. Otten is gehuwd met de schrijfster Vonne van der Meer. Hij is eredoctor van de Universiteit van Utrecht.

In 1973 debuteerde hij als dichter met de bundel Een zwaluw vol zaagsel. Het leverde hem direct zijn eerste literaire prijs op (Reina Prinsen Geerligsprijs). Na het verschijnen van zijn roman Ons mankeert niets in 1994 raakte Otten betrokken in de discussie over het euthanasievraagstuk.

In de roman wordt een huisarts geconfronteerd met patiënten die vinden dat ze volkomen gezond zijn. Ons mankeert niets. Maar, het zijn de mensen die niet verder willen leven. Hoe moet de gewetensvolle huisarts hen benaderen? Dat is één van de vragen die de roman zijn spanning geven. Moet een arts de doodswens van zijn patiënten respecteren, en afwachten tot zij hun plannen ten uitvoer brengen? Of getuigt het juist van respect als hij zijn uiterste best doet om hun wanhoopsdaad te verhinderen?

Naar aanleiding van zijn bekering tot het katholieke geloof, publiceerde Otten in 1999 Het wonder van de losse olifanten, met als ondertitel: een rede tot de ontwikkelden onder de verachters van de christelijke religie. Eigentijdse christenen, stelt hij, willen hun leerstellingen zo ruim interpreteren dat je er met je verstand bij kunt. Dat doet hij anders: hij wenst de christelijke religie uitsluitend te consumeren in de klassieke bereidingswijze, d.w.z. met huid en haar. Dat gaat tegen de rede in, en daarom is zijn geloof ook precies wat het alleen maar zijn kan: geloof.

In 2004 verscheen zijn roman Specht en zoon, die bekroond werd met de Libris Literatuur Prijs. In deze roman vertelt Otten het verhaal van portretschilder Felix Vincent die van een rijke industrieel de opdracht krijgt zijn gestorven zoon te schilderen. Uit het juryrapport: De roman gaat over wezenlijke zaken als zien en gezien worden, beeld en werkelijkheid, scheppen en geschapen worden, geboorte en dood. Onmiskenbaar plaatst Otten deze thematiek in de christelijke traditie van het bijbelse scheppings-, lijdens- en opstandingsverhaal; talloze elementen in de roman verwijzen op een knappe manier naar de Bijbel en de iconologische traditie.

Nog een greep uit zijn literaire prijzenkast: Herman Gorterprijs (1981), Jan Campertprijs (1992), Constantijn Huygensprijs voor zijn gehele oeuvre (1999) en de P.C. Hooft-prijs voor beschouwend proza (2014).

Deze avond wordt georganiseerd in samenwerking met de Commissie Vorming en Toerusting van de Protestantse Kerk Sneek.

 
© Stichting Literaire Activiteiten Sneek
terug naar boven